Ode aan mijn fiets

20130928_142933 kopieAls ik hard blaas dan valt mijn fiets uit elkaar. Alleen de laag roest houdt alle onderdelen enigszins samen. Inmiddels begint de laag langzaam af te bladderen. Bij elke trap die ik doe fladdert een flintertje roest linea recta in mijn oog, het liefst. Elk spoor van luxe ontbreekt sowieso bij mijn trouwe vervoerder…

Zeven jaar geleden kocht ik deze degelijke rakker, alles er op en eraan, trots als een pauw was ik. De volgende dag was hij compleet gestript. Tot op de dag van vandaag heb ik dat maar verder zo gelaten. Toch liet mijn fiets mij nooit in de steek, hij werd nooit gejat. Niemand, maar dan ook niemand wilde hem hebben.

Ik kocht een paar jaar geleden de meest knalblauwe fietstassen die ik maar kon vinden en liet er ons logo op zetten: Helder in Huizen.nl. Trots keek ik naar de meneer die het logo er uiterst knap op knalde. Hij keek van de fiets naar het logo en toen naar mij. Er klopt iets niet, zag ik aan zijn wenkbrauwen.

Iedereen die mij aan hoort komen kijkt achterom of opzij. Van de fiets naar het logo naar mij. De kettingkast hangt met haarelastiekjes, vergeeld plakband en tampontouwtjes vast.

Met een verhit hoofd verschijn ik altijd op afspraken. Mijn fiets heeft namelijk wel versnellingen, maar verrekt het om terug te schakelen wanneer ik dat wil.

Pas op het moment dat ik totaal uitgeput bijna boven aan een heuvel verschijn, bijna achteruitrijdend, dan bedenkt mijn fiets ineens dat hij wel eens naar de eerste versnelling zou kunnen gaan. Heb je de gevolgen daar wel eens van gevoeld? Dat je met alle kracht die je hebt, net een trap wil doen en dat de trappers ineens naar beneden knallen?

En toch. Niemand wil hem. Omdat hij te lelijk is. Te goedkoop. Te aftands. Te roestig. Te onbetrouwbaar. Dus zal ik hem tot het einde der dagen verslijten, tot de laatste roestflinter. Mijn trouwe fiets.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *